Over de nieuwe uitdaging

En de titel zegt het al, het is ook echt een uitdaging. Waar ik de voorbije negen maanden op een “postje” zat waar ik meestendeels van de tijd weinig om handen had, zit ik nu op het tegenovergestelde. Er ligt werk op de plank, en veel!

Waar ik op de vorige plek amper uitleg of begeleiding kreeg, heb ik hier de eerste dag al meer uitleg gekregen dan op de vorige 9 maanden samen. Dat zegt véél over het vorige, maar ook veel over het huidige. De info wordt hier met karrevrachten aangebracht. Met momenten soms te veel om het allemaal in één keer te kunnen vatten of te kunnen onthouden. Maar soit, verwerken maar. Mijn kop lijkt ’s avonds altijd op een meloen die op ontploffen staat.

Doe ik de job graag? Ik heb daar nog niet voldoende zicht op, maar een feit is wel dat ik terug voldoening krijg, al was het maar omdat de dagen terug gevuld zijn.

De vrijheid is ook wel een pak minder. Geen glijdende uren meer, verlof minstens een week op voorhand aankondigen. En ondanks dat ik in een kantoor met ramen zit, lijk ik wel in een bunker te zitten: geen gsm bereik, geen mobiel internet. Misschien is dat allemaal zo slecht nog niet. Want een gsm die continu berichtjes allerhande uitspuwt, … ik ken mezelf, ik moet altijd eens gaan piepen. En daarvoor heb ik momenteel geen tijd voor.

wordt vervolgd 😉

 

 

Advertenties
Over de nieuwe uitdaging

Over gedaan met feestjes op maat

Afgelopen zaterdag verjaarde mijn oudste zoon. De naaste familie en schoonfamilie werden uitgenodigd. Vrienden konden er helaas niet bij zijn, omwille van plaatsgebrek. Achteraf gezien heb ik liever onze vrienden erbij dan bepaalde leden van de familie.

Maar dit feestje is bij mijn vrouw en mezelf toch even in het verkeerde keelgat geschoten. En wel hier om:

Vele weken vooraf werd aan de genodigden verteld welke dag en om welk uur ze werden verwacht. Zaterdag om 14u.

Het begon met mijn zus een 2-tal weken vooraf. Ze kondigde aan er pas ’s avonds bij te zullen zijn. Ik liet verstaan dat het een namiddagfeestje was, er was geen ’s avonds, een kinderfeestje weet je wel. Maar ze wilde de boodschap niet begrijpen, laat staan aanvaarden. “Wie komt er nog allemaal? En wat is het avondeten?” – “Er komt niemand ’s avonds, het is in de namiddag te doen, en het wordt zeer klassiek een stukje verjaardagstaart”, gaf ik nog mee. “Dan vormen wij de 2de shift”, gaf mijn zus aan, en ze vroeg wie er nog kwam naar de 2de shift. En toen ze hoorde dat zij de enige waren, stelde ze voor om nog koppel x en koppel y uit te nodigen.

Hoe we het ook duidelijk maakten, ze had haar zinnen gezet. En dan besloten we maar om frikadellenballetjes, kriekjes en brood te serveren. Pittig detail is dat bij het vorige familiefeestje er ook moeilijk werd gedaan over pizza dat toen werd geserveerd, “want dat is geen eten!” – Toen werd er ook gevraagd wat het avondeten was, en toen ik zei dat het allemaal taart en pizza was, op verzoek van de jarige, dramde ze dan maar door dat ze dat niet moesten hebben en dat ze na het feestje wel op restaurant zouden gaan. Datzelfde feestje waar ze ook vroeg of er niets met alcohol was, toen iedereen appelsap dronk (het verjaardagsfeestje van de jongste zoon).

Maar we wijken af, we keren terug naar het  feestje van voorbije zaterdag. De grootouders van onze jarige waren prima op tijd, de rest niet. En al snel kwamen de sms’jes binnen. De meter en haar vriend kwam een half uur later. De tante en haar vriend zouden anderhalf uur later komen en gaven nog doodleuk mee: “begin maar met de taart, naar ons moet je niet kijken” en mijn schoonzus en haar man lieten dan weer weten dat ze pas twee uur later zouden komen en dan het maar een binnen en buiten was.

Die tante, daar kan ik ook nog wel een alinea over kwijt: Als je hen uitnodigt, dan wordt het ook altijd een spelletje enkele dagen vooraf, en dat duurt tot een uur voor het feestje start. Die sms’jes die binnenkomen achter elkaar met telkens enkele uren of max 1 dag tussen: “Wij kunnen er niet bij zijn” – “Wij komen toch, maar met 2” – “De kinderen komen ook mee” – “Mag de zoon zijn lief mee?” – “De dochter komt misschien mee, het is voetbal” – “De kinderen komen toch niet mee” – “Mijn vriend komt mee, maar voor even, hij eet niet mee” – “Wij komen enkele uren later, en daarna moeten we nog ergens naar toe” – En dan komen ze inderdaad later, en eten al bij al toch wel gezellig mee en soms hebben ze dan onverwachts toch nog iemand mee die er eerst niet bij zou zijn. En zo gaat dat ieder feestje opnieuw. Je kan er totaal geen staat op maken.

Het feestje dus. Daar zat mijn zoon ietwat teleurgesteld. Het grote gloriemoment, de taart met de kaarsjes, vond de helft niet belangrijk genoeg om er bij te zijn. Ik voelde met hem mee, ik begreep zijn teleurstelling.

En dan, nadat we enkele uren verder waren, kwam het hoogtepunt, al was het eerder een dieptepunt te noemen. Mijn schoonzus en haar paranoïde man (sinds voorbije zaterdag noem ik hem zo), begonnen weer te zeiken over de foto’s.

In het verleden kregen we de vraag om hen niet te taggen op Facebook. We hielden daar rekening mee. Het jaar daarna kwam de vraag om foto’s waar ze op de voorgrond stonden, niet te plaatsen op Facebook. Deze wens werd ook ingewilligd, en om ook van dat gezeik van af te komen, werden beide op Facebook ontvriend. Want, zo kondigde ze aan, Facebook gebruiken wij enkel voor onze vrienden. Bam, de leden van de familie wisten ook weer waar ze stonden.

En dan kwam het volgende gezeik er aan: Mijn schoonbroer had gezien dat hij op één enkele foto ergens in de achtergrond was te zien. “Zo, dat is interessant!”, antwoordde wij, “Wij zijn geen Facebook vrienden meer, en nu lig je nog te emmeren over die foto’s”

Hij wist ons te zeggen dat hij die foto bij iemand anders had gezien, m.a.w. hij ligt te zoeken en te zoeken tot hij iets vindt om over te zeiken. Nou dat werd dan plots een zeer pittige discussie. De reden die wij geserveerd kregen van hen vanwege het moeilijk doen over die foto:

  • Facebook diende alleen voor de vrienden, daarna werden het de vrienden van Amerika (het is maar waar je je prioriteiten legt)
  • De collega’s keken mee (Ah, hebben ze dan een clausule getekend bij hun werkgever dat ze niet naar feestjes mogen gaan? Zeker niet bij familie)
  • Er was bij hem op het werk al 4 collega’s ontslagen omdat ze waren gezien op Facebook (Iedereen kent wel de verhalen van bazen op het werk die al eens mee komen kijken, maar zolang je geen foute dingen doet, zoals op vakantie gaan tijdens een periode van ziekte, of maatschappelijk foute dingen, is er naar mijn weten nog nooit iemand ontslagen – in tegendeel zelfs, men vindt het zelfs prettig om de werknemer ook eens op gezinsvakantie te zien)
  • En ze willen privacy! (Dat zegt dan de man die voor zowat alles in de wereld een app heeft, en dat allemaal met zijn auto linkt, en zo heel België rond rijdt – ik moet hun teleurstellen: Privacy bestaat niet meer in deze tijd, overal hangen camera’s, overal laat je een digitale vingerafdruk achter, men weet alles over jou, wie je bent, wat je eet, wat je interesseert,  …)

De discussie werd op bepaalde moment zo fel en grimmig dat ik luidop zei: “Zijn jullie dan beschaamd om je eigen familie? Als dat zo is, blijf dan liever weg!”

Bam! Het werd stil aan tafel.

En dan kwam de boodschap van mijn paranoïde schoonbroer: “ik vind dat je overdrijft!”

Later die avond na het feestje, besprak ik dit met zij die mijn liefde deelt. Ze was niet zo blij met mijn uitspraak, maar ze kon het wel begrijpen. En we hadden het nu wel gehad met iedere keer weer de feestjes op maat.

  • Ze komen op het uur dat zij er goesting in hebben
  • Ze doen moeilijk over eten en drinken
  • Er mogen geen foto’s worden genomen, want ze zouden er misschien toevallig eens kunnen opstaan

Het getuigde van weinig respect voor ons en voor de jarige in het bijzonder. Tijd om daar eens paal en perk aan te stellen.

Volgend feestje komt er vooraf een boodschap naar de genodigde: je komt op tijd, je eet en drinkt wat er is, en er wordt niet meer gezeikt over die foto’s. Lukt dat niet? Dan hoef je niet te komen.

 

 

Over gedaan met feestjes op maat

Over slecht weer in Keulen

Ik hoorde het gisteren middag weer eens donderen in Keulen. Ik had opleiding mbt de nieuwe werkplek waar ik volgende week ergens ga starten. En men ging mij een nieuwe tool uitleggen. So far, so good.

Echter eens de uitleg startte vlogen de afkortingen rond mijn oren, en al na 5 minuten moest ik aan de lesgever zeggen: u bent mij kwijt, ik snap totaal niet waar u het allemaal over hebt. “Maar u hebt toch een DCS achtergrond had ik begrepen?”, probeerde hij nog.

Klopt, zei ik, twaalf jaar op een Japans chemie bedrijf, maar van Basf eigenlijk niets ondanks de vele maanden dat ik hier al zit. Ik zag hem zuchten.

Hij schakelde 2 versnellingen lager, en begon met veel geduld de tool uit te leggen en in onderbrak hem regelmatig om dingen te vragen. Op het einde van de les spraken we af dat ik nog extra info/les ging krijgen over wat zij noemen basisbeginselen.

Ik kom van een bedrijf waar ik alles kende van DCS, of toch goed 98%. En hier ken ik niets, en dat is zo frustrerend. De nieuwe baas had tijdens het interne sollicitatiegesprek al aardig denigrerend gedaan over andere systemen dan het zijne. De toon was al gezet. Vervolgens was het ook gedaan met glijdende uren, en de baas zit ook mee in het bureau. Dat in combinatie met materie waar ik echt niets van ken, nodigt niet echt uit om te starten om de nieuwe uitdaging.

Ondertussen had ik nog gesolliciteerd bij een andere firma vlakbij, die ook nog eens werken met het hetzelfde systeem waar ik 12 jaar mee heb gewerkt en dat is dus goed ken, maar helaas nog geen antwoord mogen ontvangen.

Er komen moeilijke tijden aan …

Over slecht weer in Keulen

Over Atlantis

Geen idee waar het plots vandaan kwam, maar enkele dagen terug besloot ik plots om een kinderboek te schrijven. En zij die mijn liefde deelt moedigde dit aan, en vroeg of ze de illustraties mocht verzorgen. Diezelfde avond begonnen we er aan.

Ondertussen zijn we al enkele hoofdstukjes verder, en met plezier laat ik er hier eentje los 😉 – veel leesplezier!

Ocean's Explorer Crew

7. De commandant stelt zijn bemanning voor

“Mevrouw Zilverhaar mag ik u mijn bemanning voorstellen?”,

“Doe u maar, commandant”

De commandant blies op een fluitje en enkele tellen later stond iedereen op het dek.

“Dit is Alex de stuurvrouw”, zei de commandant, “ik kan mij geen beter iemand voorstellen om dit schip te besturen”.

“Welkom aan boord, juffrouw”, zei mevrouw Zilverhaar en ze stak haar hand uit om Alex te begroeten.  Alex gekleed in een tuinbroek en een hemd met grote ruiten, plaatste haar handen aan haar mond als een toeter en riep: “Land in zicht!”

Iedereen keek verbaasd naar haar.

“Sorry, ik kon het niet laten”, schaterde ze het uit. “Maar, pas op, ik kan ook heel serieus zijn hoor!”, en plots stond ze kaarsrecht met de armen strak naast het lichaam als een soldaat en riep: “Géééééf acht!”

De commandant werd verlegen van zoveel vrijpostigheid van Alex. En Sydney proestte het uit, ging dan plots ook maar heel serieus in houding staan met de hand in militaire groet aan het hoofd.

Mevrouw Zilverhaar besloot het spelletje mee te spelen en ging ook in houding staan. Ze groette ook zoals soldaten dat doen en zei dan: “Ter plaatse rust, stuurvrouw!”

De commandant nam mevrouw Zilverhaar vlug bij de arm en ging er mee naar een jonge kerel, een sterk uitziende matroos. Ook hij ging in houding staan, de borst stoer vooruit en ook in geef acht houding: “Ik ben Seppe Stoerman, eerste matroos, mevrouw, om u te dienen mevrouw!”

“Eerste matroos, zegt u? Waar zijn de andere matrozen dan?”, vroeg mevrouw Zilverhaar aan Seppe Stoerman.

“Ik ben de eerste en tevens ook de laatste matroos, mevrouw! Ik ben de enige matroos”, en daarbij stak hij zijn borst nog twee centimeter meer vooruit.

“Mooi tatoeage hebt u daar.” – Op Seppe zijn gespierde arm stond een groot rood hart getatoeëerd met daarrond in sierlijke letters Mammie op. Het doet me plezier dat je je mama zo graag ziet”, en plots werd Seppe Stoerman wat verlegen en leek hij even niet meer zo stoer.

Mevrouw Zilverhaar deed enkele stappen verder en stond voor een kerel van Afrikaanse origine, goedlachs en met fonkelende ogen.

“Goedemiddag mevrouw, ik ben Bent de Avonturier. Ik ga mee op deze expeditie. Het zit namelijk zo dat de commandant mij wou opbellen, maar mijn gsm stond net niet op. Nu dat gebeurt wel meer hoor dat ik mijn gsm even afzet. Ik heb deze gsm vorig jaar gekocht in de stad in een klein winkeltje, maar ik had hem misschien beter in een grote bekende winkel gekocht. Maar ik heb het niet altijd voor grote zaken. Want bij grote zaken willen ze je van alles aansmeren dat je dus dikwijls niet nodig hebt. Zo heb ik eens een boek gekocht in een grote winkel, en bij dat boek …”

De commandant keek met grote ogen naar Bent de Avonturier met de bedoeling dat deze zou stoppen met tateren, maar deze had de boodschap niet goed begrepen en ratelde en taterde gewoon door.

Mevrouw Zilverhaar had nu ook weer geen zin in een grote eindeloos verhaal, groette Bent en ging tenslotte naar die iets oudere man met grote baard. Hij zag er enorm ruw uit, maar waarschijnlijk had hij wel een gouden hart, dat had je wel meer bij ruwe zeebonken.

“Tot slot mevrouw, mag ik u voorstellen aan Manus, hij is echt zowat het manusje van alles aan boord”

Mevrouw Zilverhaar stak haar hand uit om hem te begroeten en Manus sprak luid, ruw en met berispende stem: “Zòòòòòò ni hé, madam!”

Mevrouw Zilverhaar schrok en trok haar uitgestoken hand onmiddellijk terug.

“Wat is er, Manus?”, vroeg de commandant die dacht dat er hier weer iets geks zou gaan gebeuren.

“U bent niet zomaar een mevrouw, u bent een dame! En een dame verdient een handkus!”, en hij nam op geheel brute wijze de hand van mevrouw Zilverhaar en kuste haar hand heel uitbundig, misschien wel te uitbundig. Mevrouw Zilverhaar trok opnieuw snel haar hand terug en keek er een beetje vreemd naar. Haar hand hing vol smeerolie van Manus die net daarvoor in de machinekamer de motoren nog een smeerbeurt had gegeven.

“Mevrouw Zilverrug, nogmaals u bent een fijne dame”, gromde Manus.

“Het is Zilverhaar, niet zilverrug”, probeerde mevrouw Zilverhaar nog, maar Manus had zich al omgedraaid om en wandelde naar de machinekamer.

Mevrouw Zilverhaar nam de commandant even apart: “Bent u wel zeker dat u de juiste bemanning heeft gevonden? Ze zien er mij allemaal een beetje gestoord uit.”

“Ja, dat vind ik ook”, zei Sydney, “Ik lijk wel de enige normale hier aan boord!” – En terwijl ze dat zei stond ze met haar vinger weer een krulletje te draaien in haar blauwe haar en blies een roze bel met haar kauwgom, die onmiddellijk open spatte en aan haar wangen bleef plakken.

“Oh mijn God!”, zei mevrouw Zilverhaar en ging van boord.

Over Atlantis

over een licht in zicht

Gisterenmiddag nog kwam het verlossende telefoontje van mijn contactpersoon: ik mag de job starten in december. Men was niet bepaald omver geblazen door mijn technische kennis, maar de motivatie was er wel.

Ik zit op de huidge job nog tot einde november, dan zal ik enkele dag opleiding krijgen, en dan mag ik naar de nieuwe job gaan. Maar wat ga ik nog zitten doen zo tot einde november? Ik verveel me hier steendood.

Gisteren vroeg ik dan nog maar eens of ze geen taak voor me hadden, en het antwoord was om te blijten: “Dat ene waar je vorige week mee bezig was, kijk dat anders gewoon nog eens na” – Wat zoveel wil zeggen als: hou je bakkes, en hou je in stilte bezig!

Man man man, ik zal blij zijn hier te mogen vertrekken.

 

over een licht in zicht

over een tekort aan bagage

Ik kom zonet terug van een intern sollicitatiegesprek. Ik stapte daar binnen met de nodige moed en stapte buiten met diezelfde moed in mijn schoenen. Eens te meer blijkt mijn technische bagage specifiek voor deze chemiereus ontoereikend. En eerlijk gezegd wist ik dat al. Maar ik werd er nu nog maar eens met de neus ingeduwd.

Het was ook een bevestiging van twee zaken:

  1. Wat heb ik hier nu al die maanden zitten doen? (Retorische vraag)
  2. Ik weet nog steeds niet wat ik wil op professioneel vlak en word daar enorm onzeker en ongelukkig van.

Ik lijk wel jonge kool, ik moet precies eerst een paar keer verplant worden alvorens ik weer goed mijn wortels kan schieten.

over een tekort aan bagage

Over dat momentje …

En terwijl ik op de pot zit denk ik plots aan de Y-familie. Ken je deze? Ik licht even toe. In Merksem heb je (of had je, want misschien wonen ze daar al lang niet meer) de Ypsilon familie. Ik ken ze niet persoonlijk, maar wel via één of andere tv reportage. Het ging over een gezin met 16 kinderen, en iedere telg zijn naam eindige op de letter y.

Ik kon me nog herinneren dat er twee wasmachines en dito aantal droogkasten 24 op 7 stonden te draaien. Een wasserij was er momenten niets tegen. En waar ik nu moest aan denken was privacy. Geen enkel lid van het gezin had een kamer alleen. Kan ook niet anders natuurlijk. Maar dat maakte dat als je even alleen wou zijn, je dus best op het toilet ging zitten.

En dan dacht ik: maar dat kan nooit voor lang zijn?! 16 Kinderen en 2 ouders maakt 18 personen en 2 toiletten (nu ja ik hoop dat ze er twee hebben), dat maakt dat als je een kwartiertje je zitvlak op het witte porselein hebt neergevlijd er gegarandeerd iemand op de deur staat de bonken … . Dag momentje van bezinning. Dag momentje voor jezelf …

Dat gezegd zijnde geniet ik nog even van dat momentje op het toilet.

 

Over dat momentje …