over dom en dommer

Vertelde ik je enkele blogs terug dat ik de IQ voelde dalen door één of andere domme politiek getinte opmerking? Ik dacht toen dat we het dieptepunt hadden bereikt. Maar dat was natuurlijk weer te optimistisch van me.

Vandaag gingen we nog een etage lager. Vermits het hier in het bureau door 3 van de 5 bon ton is om te kakken op links, maakt niet uit of het nu over groen of rood gaat, hoor ik allerlei meningen en eigen gemaakte waarheden passeren.

De topper was vandaag: “Het water dat uit de koeltoren van Doel komt is radio-actief!” – Nu mocht dat zo zijn dan lag, indachtig dat die kerncentrales er al tientallen jaren staan, toch al iedereen dood neer. En zij die niet dood waren gaven licht in het donker en deden spontaan de radio harder spelen als zij ergens binnenkwamen.

Le-circuit-tertiaire-refroidit_NL

We gaan niet al te technisch wezen, maar aanschouw even dit prentje. Links wordt warmte opgewekt in de reactor, dat water verhit via een “boiler” water tot stoom, en dat stoom drijft een turbine aan. Eens voorbij de turbine moet deze stoom terug naar water worden omgezet en dat gebeurt dan met het koelwater.

De drie circuits geven hun warmte door, maar komen fysisch nooit met elkaar in aanraking en dus komt er ook geen radioactiviteit vrij in de stoom die via de koeltoren de lucht in gaat.

Waar komt toch dat eeuwig pessimisme vandaan? Waarom dat eeuwige continue gezaag op alles en iedereen in de maatschappij? Hoe komt het toch dat negatieve mensen hun eigen fantasieën en leugens op den duur voor waar gaan aannemen?

Advertenties
over dom en dommer

over een super dag en een rot nacht

In de schuif lag nog een cadeaubox, een bon met als titel “glitter and glamping“. Twee jaar terug had ik die aan mijn vrouw gegeven bij haar verjaardag. De bedoeling was te glampen, liefst van al in een boomhut. Maar het bijhorende boekje met de adressen gaf al snel prijs dat meestendeels van de glamping in Frankrijk te doen was. En om nu 5 uur te gaan rijden, iets te gaan eten, in een boomhut te slapen en ’s anderdaags terug 5 uur in de auto naar huis te rijden, dat was er voor ons wat over. En de bon verdween in een schuif.

Laatst kwam de bon terug boven water en de vervaldatum lag vervaarlijk dicht bij. Het was nu of nooit wilden we er nog iets mee doen. Het glampen gaven we al snel op, wegens de afstand en de tijd van het jaar (veelal sluit begin oktober), dus lag de focus nu op de glitter.

We besloten er een win-win-situatie van te maken. We wilden zo graag nog eens terug naar Bokrijk, maar dit maal zonder onze koters (Bokrijk is een enorm kindvriendelijk park, maar als je zonder kids gaat kan je de nadruk eens verleggen naar bijvoorbeeld De Sixties, wat wij op het verlanglijstje hadden staan).

De dag in bokrijk was prachtig, we genoten optimaal. En omdat we toch zonder kinderen waren en niet de rit terug naar het Antwerpse moesten aanvatten, besloten we onszelf ook nog eens culinair te verwennen. Het Poorthuys gelegen aan de ingang van het park was daar de uitgelezen plek voor. Het betere restaurant (ook wel de betere prijs) was een topper. Een zalig 3-gangen menu met aangepast wijnen 🙂

Vervolgens naar het hotel. Het hotel lag midden in Genk. Een vlotte check in en we mochten naar onze kamer. So far, so good.

Het eerste wat we zagen was schreeuwlelijk behang (met dunne horizontale lijnen die door gezichtsbedrog leken te dansen voor mijn ogen), een fotoboek getiteld “Bimboo’s” (met dus een foto van een bimboo op de cover) en een goudkleurige tuinkabouter die ons begroette met opgestoken middelvinger. Waarschijnlijk allemaal ludiek bedoelt, maar om één of andere reden kwam het mij niet zo over.

De kamer was bloedheet en ik trachtte de temperatuur te regelen met het toestelletje aan de muur, maar ik geraakte er niet wijs uit. Dan maar de receptie gebeld. Die konden ons niet onmiddellijk helpen, maar zouden even opzoekwerk doen en ons terug bellen.

Ondertussen werd het raam open gezwierd. Een hoop licht en lawaai maakte zich meester van de kamer. Vervelend, maar geen nood daar ging de telefoon en dat zou de receptionist zijn die ons de airco zou toelichten. Helaas, melden de man aan de andere kant van de lijn, bij navraag blijkt ons hotel geen airco te hebben.

Dat werd een warme en lawaaierige nacht. Maar we bleven optimistisch. Een douche zou afkoeling bieden en daar we er een lange dag op hadden zitten zouden we snel in het slaap vallen en morgenochtend zouden we goedgemutst gaan ontbijten. Dat was het plan.

Helaas werd de kamer niet frisser, en tot overmaat van ramp klonk daar uit het niets een loeihard brandalarm! We sprongen gelijk zot in onze kleren en liepen de gang op. Langs alle kanten gingen deuren open en mensen in slaapkledij (het viel me op dat wij als enigste aangekleed waren) stonden op de gang. Iedereen keek naar iedereen. Het lawaai ging maar door, deed pijn aan de oren, maar verder niets. Moesten we nu evacueren?

Een dikke minuut later stopte die alarm en iedereen ging maar terug naar zijn kamer. We lagen net terug uitgekleed in bed als het scenario zich herhaalde. Weer alarm, weer iedereen op de gang, weer geen communicatie van het hotel. Het alarm stopte opnieuw, maar niemand van het hotel kwam enige toelichting geven.

Mijn vrouw ging dan maar zelf beneden even vragen wat er nu aan de hand was. Even later stond ze terug boven. Blijkbaar had iemand gedoucht met de hoge watertemperatuur en was er een sensor geactiveerd.

Terug naar de kamer. Klaarwakker, Terug uitgekleed, bed in en … het was nog steeds warm, licht en lawaaierig op de kamer.

Zo rond 4 uur was ik nog steeds wakker, ondertussen had ik mijn Facebook al uitvoerig gecheckt, men mails nagekeken, en er al een film van Netflix doorgejaagd. Dit was een nacht om zo snel mogelijk te vergeten.

“Heb jij al iets kunnen slapen?”, vroeg zij die mijn liefde deelt. “Nope! Jij?” – Het was een overbodige vraag. Kort overleg, snel besluit, het licht aan, aankleden, en uitchecken. Nog nooit was ik zo kort op hotel verbleven, maar voor alles is een eerste keer.

De auto werd richting schoonouders geprogrammeerd waar onze jongste koter bij oma en opa bleef logeren. En vermits oma ook een vroege vogel is, had ze gezegd dat we bij haar een vroeg ontbijt konden scoren. Ik heb een schat van een schoonmoeder 🙂

De jongste werd na het ontbijt richting scouts gestuurd en wij hielden er zo een hang dag aan over, waarbij we in de namiddag onze tuin dan maar winter klaar maakten, en waar ik ’s avonds om 19u15 richting bed ging. Oogjes dicht en snaveltje toe 😉

 

 

over een super dag en een rot nacht

over hokjes en vakjes

Sommige onderwerpen in groep zijn gevaarlijk. Politiek is er zo één van. Geld ook. Ik ga hier nu geen politiek betoog voor partij zus of zo starten. Ik heb een politieke mening, maar die houd ik netjes voor mezelf en voor in het stemhokje.

Mijn collega’s denken daar anders over. Het is allemaal de schuld van de “sossen”, en de bruin. En ook wel de Walen. En laat nu net vandaag Groen en SP.A naar buiten komen dat ze gaan samenwerken voor de volgende verkiezing, het werkte als een rode lap op een stier. De collega’s stonden gelijk op de achterste poten, maar daar staan ze graag. Te graag 😉 – Verzuurde Vlamingen vindt men overal.

Ze wonen niet in Antwerpen, ze wonen er ver van, maar maken zich nu al zorgen om dat Antwerpen. Oh nee! Een Groene of een Rode aan het roer … . Ik voel het, ze gaan er een heel weekend niet goed van zijn. Kostelijk en schrijnend tegelijk om te zien hoe sommige mensen op voorhand reeds het aan hun tikker krijgen met het idee dat er NVA terug aan kant zou worden geschoven. Sint De Wever is een goedheilig man, volgens hen.

Nu zou ik hier een boom kunnen op zetten over hoe goed of hoe slecht NVA, met name burgemeester De Wever het doet, maar die kelk laat ik wijselijk aan mij voorbij gaan. U hebt daar geen boodschap aan. En versta me niet verkeerd, het is ieders toegestaan om er een politieke mening op na te houden, en het zelfs te ventileren. Maar laat het aub gezond blijven, nuchter met pro’s en contra’s. Goede en slechte acties, reactie en gevolg, realiteit en fictie, eerlijkheid en slechts politiek gewin. Ik mis het hier sterk.

Niets zo erg als mensen die zijn blijven hangen in slogans die zijn gepasseerd (“Die sossen willen alles gratis” – Steve Stevaert is al een tijdje niet meer, en het Gratis verhaal ligt al heel wat jaren achter ons). “En de Groen, die willen die ring overkappen!” – als dit idee uit rechtse hoek zou komen dan werd het op Hoera onthaald, maar nu het van links komt scandeert men liever “boe!”

De kroon op de discussie was volgende one-liner: “Steve Stevaert heeft het land zo in de problemen gebracht dat hij dan maar zelfmoord heeft gepleegd!” – Je voelde het totaal IQ van ons bureau gelijk zakken met 100 punten.

Het is beangstigend te zien hoe sommige mensen niet verder denken dan de hokjes en vakjes van toen. Plots besef ik waar uitdrukkingen als “kiesvee” vandaan komt.

Links, Rechts, Midden, Groen, Rood, Blauw, … whatever … dat de beste mogen winnen, maar verlos me van dit kwade, amen! 😉

 

over hokjes en vakjes

Over claustrofobisch toneel

“Ik wil graag één van die dagen gaan, en ga jij mee?” – Het betreft theater. En meer en meer krijg ik daar minder en minder zin in. Het is maar zelden aan mij besteed. Ligt het aan mij? Ben ik niet voldoende ontwikkeld?

Het moet voor mij geen platte humor zijn, er mag zeker wat uitdaging aan zijn, wat vlees aan het bot, iets om de tanden in te zetten zeg maar. Maar … het moet mij raken. Maakt niet uit hoe: ik moet verliefd kunnen worden op de hoofdrolspeelster, of misschien net niet. Ik moet voelen wat de acteurs voelen. Liefde, haat, nieuwsgierigheid, walging, … iets. Laat me iets voelen. Als er iemand wordt vermoord dan wil ik daar door geraakt worden, als is het maar door opluchting.

Maar merendeels voel ik niets. De acteurs kennen hun teksten, spelen met verve, maar de regisseur beslist niet zelden om de stuk te brengen zonder gevoel. Giet daar dan met momenten de nodige abstractie bij, zoals daar zijn: geen of weinig decor. Luide bombastische muziek en videoprojecties alsof acteurs tegen zichzelf staan te praten, niet zelden gaan ze uit de kleren, staan ze zichzelf te betasten, … het is eigenlijk maar zelden aan mij besteed.

Dat in combinatie met slechts akoestiek, afstand, rotte stoelen en een zaal waar de temperatuur precies tot 35 graden stijgt. Het enige wat ik dan voel is dan ergernis en lichte paniek (ik lijd aan een lichte vorm van claustrofobie – in een warme donkere zaal krijg ik het benauwd), ieder stuk wordt dan voor mij een marteling. Heel soms kan het stuk mij wel raken en dan vergeet ik mijn ongemakken. Jammer genoeg is dat eerder uitzondering dan regel.

Ooit duurde een stuk 3 uur, ik schommelde tussen ongemak en moeheid. Te saai om wakker te blijven, te warm en te ongemakkelijk om te kunnen slapen. Want laat me even duidelijk zijn, ik geneer me daar niet meer voor.

Ooit lag ik te snurken terwijl regisseur Jaak Van Asche vervaarlijk dicht in de buurt zat. Een regisseur bepaalt hoe het stuk er uit ziet en als hij er voor zorgt dat ik slaap dan heeft hij iets essentieels fout gedaan.

Komt nog eens bij dat naar toneel gaan ook een duur aangelegenheid is. Soms hebben we gratis kaartjes (hoera!), maar daar komt dan nog parking bij en last but not least: de babysit. Het is ook geen plezier meer om naar het stad te rijden (ooit hebben we toneel gemist omdat we in de file zaten), en een race tegen de klok om èn de kids op tijd thuis te krijgen, eten te geven, zelf nog iets te eten, en op tijd in het stad te geraken. Thuisgekomen hang ik er nog aan de babysit naar huis te rijden, en te laat in mijn bed te liggen. Het is mij het allemaal niet waard.

Conclusie: Zo leuk ik in het begin een avondje toneel vond, zo rap was de lol er voor mij af en werd het puur een verplicht nummertje. Zat er toch eens een leuk stuk bij, dan was dan aardig meegenomen.

Mijn vrouw zegt uiteindelijk: “ik zal maar met een vriendin gaan” – Ik denk dat dat misschien nog het beste is. Al krijg ik nog wel op mijn brood: “zo doen wij nooit niets meer samen” – En dat kan natuurlijk ook weer niet de bedoeling zijn natuurlijk.

 

 

 

Over claustrofobisch toneel

Over een degoutant videoclipje

Op het feestje van vrijdagavond zaten twee kerels onderling te gniffelen en te schateren over bepaalde mopjes en filmjes die ze onderling via een digitaal groepje aan elkaar en aan anderen lieten zien.

Op bepaalde moment lieten ze mij ook een filmpje zien. Een kerel was een kip aan het neuken! Dégoutant!

En ik weet nog steeds niet wat ik het meest degoutant vind, de man in het filmpje, of de mensen die zulke filmpjes enorm grappig vinden en met elkaar delen 😦

Over een degoutant videoclipje

Over feestjes

Het lukt me niet meer, zoveel is wel gebleken afgelopen weekend. Ik kan geen twee feestjes achter elkaar meer aan. Mentaal kan ik het nog aan, maar het lichaam protesteert.

Vrijdagavond hadden we een feestje bij vrienden thuis. En wat rustig begon met zijn allen rond de tafel, eindigde om half drie ’s nachts waarbij we dansten in de living, sommige op de stoelen, en nog zo net niet op tafel.

’s Anderdaags een klein katertje en te weinig slaap, maar dat werd met een goed ontbijt weer opgelost. Vervolgens bracht men in de voormiddag onze bestelde 5 bomen en die werden door ons zelf in de namiddag in de grond gezet.

’s Avonds gaf mijn zus, haar partner en een vriend van hun een fuif daar ze ieder de kaap van 50 hadden bereikt. Genoeg volk, maar het dansen kwam niet echt op gang. Voor ons deels door slechte akoestiek en “onechte” DJ, en deels door dat mijn vrouw en ik gewoon weg moe waren (lees: nog niet bekomen van de avond er voor).

Geen idee wat andere hun beweegredenen waren om niet te dansen, als receptie/drink was het wel ok en hebben we met wat mensen kunnen bijpraten 😉

Wijze les aan onszelf: max één stevig feestje per weekend.

 

 

Over feestjes

over de tussenstand op de job

Op één of andere manier heb ik mij verzoend met de huidige job. Het werktempo ligt er bijzonder laag en we hebben er een ruime vrijheid in doen en laten. De gesprekken zijn meestendeels jolig en ik heb er mij ook in berust dat het dan maar zo is.

En ik merk het alleen al aan het feit dat ik ’s nachts beter slaap, dat ik minder onrustig ben en minder loop te zeuren. Al heeft het ook te maken met iets om handen te hebben. Zo maakte ik de flyer van Halloween op het werk, maar ben ik ook bezig met het bekijken van aandelen, effecten, etc …

Toch blijf ik de oefening mbt job begeleiding nog even doen. Ik vind het tot nu toe enorm leerrijk over mezelf. Ga ik er daarna echt iets mee doen? Geen idee, veel zal een beetje van de uitkomst afhangen. Maar in afwachting even niets veranderen … gewoon even “go with the lazy flow” 😉

 

over de tussenstand op de job